Hof Amsterdam 13 oktober 2009 (smaadschrift M. de Hond), LJN BK0036

De uitlatingen van de verdachte die hij via zijn weblog op het internet heeft verspreid, in samenhang bezien met zijn uitlatingen in het televisieprogramma Woestijnruiters, en ook bezien tegen de achtergrond van de Netwerk-uitzending, kunnen volgens het hof niet anders worden aangemerkt dan als het beschuldigen van een bepaald feit.
Gelet op het feit dat e-mailberichten in beginsel privé zijn, is het hof van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte met zijn e-mailberichten aan de raadsman van aangever en aangeefster het kennelijke doel had aan de inhoud van die berichten ruchtbaarheid te geven als bedoeld in artikel 261, eerste lid, Sr.
Het kritisch volgen van politie en justitie in de Deventer moordzaak en het aan de kaak stellen van fouten die volgens de verdachte door die instanties zijn gemaakt, vallen binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting waaraan het hof eerder in dit arrest een beschouwing heeft gewijd. Maar met het aanwijzen van een persoon als de dader - terwijl een ander voor die moord onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld - met als doel aan te tonen dat politie en justitie zich schuldig maakten aan een tunnelvisie, is de verdachte te ver gegaan.
Zijn gedrag raakt in dit opzicht aan de fouten die hij zegt te bestrijden; waar de verdachte de vrijheid heeft te betogen dat de veroordeelde niet de moordenaar is, heeft elke andere burger het recht niet door een burger publiekelijk van moord te worden beschuldigd.
Volgt veroordeling tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.